Een lab is een
lab is een lab. Dat er voor het grote publiek er geen onderscheidt is, is
weinig vleiend voor onze PR maar begrijpelijk. Problematisch kan het worden
indien wetenschappers de verschillen niet onderkennen. Dan voldoet het geleverde
opeens niet aan de eisen. De vraag die zich aandient is; “Wie moet zich hier a
priori van vergewissen: de klant of het laboratorium?”
Laat ik het
toelichten met een voorbeeld uit de praktijk. Bij de ontwikkeling van een
geneesmiddel worden tienduizenden plasma monsters geanalyseerd bij
gespecialiseerde bioanalytische laboratoria. Enkele karakteristieken: lastige
monster matrix, lage concentraties en dure sensitieve apparatuur. Dat lijkt weinig
anders als in de milieuanalyse. Zo dachten ook een klinisch onderzoeker en directeur
van milieu lab X. Enkele maanden later leerden beiden dat het toch niet zo
eenvoudig ligt. De betrouwbaarheid van de resultaten was twijfelachtig; grote
spreiding en regelmatig te hogere concentraties dan theoretisch mogelijk. Wat
ging hier fout?
Inspectie van het
lab maakte duidelijk dat het hen aan vakmanschap niet ontbeerde, ook de
apparatuur was dik in orde en het kwaliteitssysteem voldeed. Echter geen validatie
en analyse volgens de bekende richtlijnen. Daarnaast was van grote invloed het
principiële verschil van de vraagstelling: meet één stof in 500 bijna identieke monsters i.p.v. de
voor hen gebruikelijke: meet veel stoffen in enkele maar zeer diverse monsters.
Andere stijl van werken, andere hulpmiddelen en andere kritische stappen.
Eerder gepubliceerd in Laboratorium Magazine nummer 5, 2003
No comments:
Post a Comment