Vrijwel iedereen
kent; “Meten is weten”, maar ik denk wel eens dat we zelden goed weten waarom
we meten. Het is ben ik bang het sterkst aan de labtafel. Er is vraag van een
opdrachtgever, een klant, en de analist in kwestie voert de relevante analyses
naar beste kunnen uit. Waarom? Nu, er was een vraag!
Maar waarom de
vraag er was en wat de klant met het gegeven gaat doen, daar staat men niet stil.
En dat vind ik wel eens eng. Stel je bepaald dat in kipfiletje X een zekere
hoeveelheid van een bepaalde salmonella stam voorkomt. Gewoon een analyseresultaat.
Een week of wat later staat in de krant dat uit onderzoek blijkt dat het
kippenvlees bij winkelketen A zwaar verontreinigd is met salmonella en dat dit
vreselijk gevaarlijk is voor baby’s en bejaarden en ..... Milieu organisatie M
was zich net aan het bezinnen op een nieuwe campagne en laat prompt alle
groente, fruit en bloemen van A op residuen onderzoeken…. Enkele maanden later
moet A wegens teruglopende verkopen de helft van haar filialen sluiten.
Hoe voel je je
dan? Er zitten blijkbaar opeens enorme consequenties aan het simpele tellen van een
paar bacteriën. Voel je je gebruikt? Ga je twijfelen aan het analyseresultaat? Nadenken
over de opzet van het onderzoek? Hadden het niet meerdere filetjes van diverse
filialen verzameld over een zeker tijdsinterval moeten zijn? Hoe zijn de
stukjes vlees vervoerd: achter in een warme kofferbak of diepgevroren? De klant
en krant hadden blijkbaar geen oog voor dergelijke nuances. En als het later
toch fout blijkt te zijn, wie draait dan op voor de schade? Was er überhaupt
wel een gezondheidsrisico?
Kortom moet je
niet als analist je ervan vergewissen waarom er wat gemeten dient te worden? Ik
vind van wel.
Eerder gepubliceerd in Laboratorium Magazine Jan 2006
No comments:
Post a Comment